Oorlog en Terpentijn
07-03-2015 10:13
Titelverklaring
De titel komt letterlijk in de tekst voor. Aan het einde van de roman staat op blz. 332: “Zo was deze paradox de constante van zijn leven: heen en weer te worden geslingerd tussen de militair die hij noodgedwongen was geweest en de kunstenaar die hij had willen zijn. Oorlog en terpentijn. De vrede van zijn laatste jaren heeft hem langzaam afscheid laten nemen van zijn trauma’s. Het betreft het leven van Urbain Mertien, de grootvader van Stefan, die de Grote Oorlog heeft meegemaakt, omdat hij onder de wapenen werd geroepen, maar liever schilder zou zijn geweest.
Stefan Hertmans
Stefan Hertmans (1951) publiceerde romans, verhalen, essays en een groot aantal dichtbundels. In 1995 ontving hij de Driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor de dichtbundel Muziek voor de overtocht (1995). Voor zijn poëziebundels werd hij tweemaal genomineerd voor de VSB-poëzieprijs, met Muziek voor de overtocht (1995) en Goya als hond (2000), de laatstgenoemde bundel ontving de Maurice Gilliamsprijs. Tot Hertmans' meest succesvolle prozaboeken behoren de roman Naar Merelbeke (1994, nominatie Libris Literatuur Prijs) en de reisverhalenbundel Steden (1998, nominatie Generale Bankprijs). De roman Gestolde wolken uit 1988 werd bekroond met de Multatuliprijs en de roman in verhalen Als op de eerste dag met de F. Bordewijk-prijs. Na zijn overstap naar De Bezige Bij verschenen de dichtbundel Kaneelvingers (2005), zijn verzamelde gedichten onder de titel Muziek voor de overtocht. Gedichten 1975-2005 (2006) en de essaybundel Het zwijgen van de tragedie (2007). In augustus 2013 verscheen zijn veelgeprezen roman Oorlog en terpentijn. Voor deze roman werd hij bekroond met de AKO Literatuurprijs 2014, de Gouden Uil en genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.
Samenvatting
Deel I
De ik-verteller Stefan Hertmans heeft in 1981 na de dood van zijn grootvader Urbain Mertien twee cahiers gekregen met dagboekaantekeningen. Hij heeft er altijd een roman over willen schrijven, vooral over wat zijn grootvader heeft meegemaakt in de Eerste Wereldoorlog. Het is er echter heel lang niet van gekomen. Nu is het dan zover. Hij heeft de aantekeningen van zijn grootvader geraadpleegd en in moderner Nederlands weergegeven. Zelfs daarover heeft hij een schuldgevoel. In 1963 was Urbain aan die aantekeningen begonnen. Als Stefan met zijn zoon Londen bezoekt ziet hij eens schilderij van Velasques, dat zijn opa ook had nagemaakt. Omdat het een naakt in een spiegel betrof, had hij dat altijd onthouden. Later blijkt dit een schilderij van de grote liefde van Urbain (Emelia Maria) te zijn geweest. Urbains moeder Celine was van een rijkere komaf, maar werd verliefd op de kerkschilder Franciscus. Ze was bij toeval de kerk binnengelopen waar hij schilderingen maakte. Ze dwong haar familie tot toestemming met hem te trouwen, maar dat werd geen rijk leven. Als dertienjarige is Urbain begonnen in een ijzergieterij en hij maakt daar een dodelijk ongeluk van een jongen mee. Franciscus is heel sterk in het maken van fresco’s en hij krijgt een uitnodiging om in Liverpool de wanden van een kerk te beschilderen. Hij kan daarmee veel geld verdienen en hij doet het. Het gezin blijft in Vlaanderen (Gent) achter. De band met zijn moeder Céline en Urbain wordt daardoor heel stevig. Urbain die graag schilder wil worden, gaat op tekenles, maar dat is erg saai. Na de terugkomst van zijn vader uit Liverpool gaat het met diens gezondheid snel bergafwaarts. Wanneer hij sterft, trouwt Celine later met haar buurman die al lang achter haar aan zat. Deze Henri is niet zo’n leuke stiefvader voor Urbain. Hij gaat naar de militaire school om soldaat te worden. Het is een vierjarige opleiding. Vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ziet hij voor het eerste een naakt meisje (hij is 23) uit het water komen. Haar kleuren zijn wit en blauw (de kleuren van Maria) het is een mijlpaal in het leven van Urbain.
Deel II: 1914 -1918
Als de oorlog uitbreekt, wordt hij opgeroepen om te vechten. Er heerst in de eerste dagen een grote chaos. Het Belgische leger trekt vrij doelloos door het land. Bovendien zijn de Duitsers veel beter bewapend. In het strijdgewoel komt zijn moeder hem opzoeken. Er sterven in die eerste dagen al veel Vlaamse soldaten. Die worden ook nog eens arrogant behandeld door hun Waalse officieren (Zo wordt Urbain steeds met de verkeerde naam aangesproken). De Slag bij Schiplaken is heel erg. Urbain overleeft, maar veel van zijn leeftijdgenoten niet. Er ontstaat daarna een zinloze loopgravenoorlog met over en weer beschietingen. De Slag bij de rivier de IJzer in oktober 1914 eist ook veel slechtoffers, Urbain gedraagt zich heldhaftig en wordt tijdens de oorlog nog in graad verhoogd (van korporaal tot sergeant-majoor). Toch raakt hij ook gewond, aan zijn lies en hij mag in Liverpool herstellen. Hij wordt verpleegd door Maud op wie hij stiekem verliefd raakt, maar hij doet er niets mee. In Liverpool beseft hij dat zijn vader daar fresco’s heeft geschilderd en hij gaat op zoek. Eindelijk ziet hij een kloosterkerk met Fresco’s. Zijn vader heeft een afbeelding gemaakt van de Heilige Franciscus met zijn eigen gezicht erin verwerkt. Urbain ziet dat een kind op de schildering zijn gezicht heeft. Wanneer hij terug moet naar Vlaanderen en het slagveld slaat de verveling flink toe: het is een zinloze loopgravenoorlog. Veel soldaten worden met drank en drugs de strijd ingestuurd. Sommigen plegen opzettelijk zelfmoord. In de loopgraaf denkt Urbain weer aan het naakte meisje uit de poel en hij bevredigt zichzelf voor de eerste keer in zijn leven. Hij raakt nog een keer gewond en moet met een boot naar Engeland: iedereen wordt doodziek. Hij bezoekt in Swansea een zoon van Henri. Maar hij moet weer terug naar het front. Intussen heeft hij wegens heldenmoed wel enkele onderscheidingen gekregen. Uiteindelijk overleeft hij ondanks de risico’s die hij heeft genomen de oorlog. Direct daarna valt zijn oog op een mooi meisje.
Deel III
Dit deel begint met een nieuw motto: Nooit, zo zei hij, had hij geloofd hoe lang de dagen, de tijd en het leven konden gaan duren voor iemand die op een zijspoor is gezet. (W.G. Sebal) De ik-verteller wordt weer Stefan, die uit de dagboekaantekeningen put. Urbain wordt verliefd op het frêle, maar frivole meisje Maria Emelia Ghys. Ze worden verliefd en gaan zich verloven, maar in 1919 slaat de Spaanse Griep toe en Maria sterft. Urbain heeft geen zin meer in het leven, maar ze komen overeen dat hij met de oudere zus van Maria, Gabrielle, trouwt. Dat gebeurt in 1920 maar er is geen sprake van veel liefde en seksualiteit. Als Gabrielle toch zwanger wordt, bedingt Urbain dat hun dochtertje (Stefans moeder) Maria Emelia heet. Dat is wel bijzonder. Ondanks het feit dat er nauwelijks sprake is van een lichamelijke liefde zorgt Urbain meer dan veertig jaar heel goed voor Gabrielle. Hij leeft in een vierhoek van vrouwen ( blz. 278 In deze vierhoek gevormd door vier vrouwen – zijn moeder, zijn dode geliefde, haar oudere zus, zijn dochter met de fatale naam – heeft mijn grootvader zijn leven doorgebracht.). Hij heeft zich met zijn lot verzoend. Urbain wijdt een groot gedeelte van zijn leven aan de schilderkunst. Maar hij heeft een groot gebrek (kleurenblindheid), wat zijn stijl doet veranderen. Hij maakt vooral kopieën van beroemde werken, bijvoorbeeld van de man met de Gouden Helm van Rembrandt (die later niet van Rembrandt blijkt te zijn). Stefan bekijkt als laatste nog de portretten van Gabrielle (heel fraai uitgevoerd door Urbain). Ze was enkele jaren ervoor overleden aan de gevolgen van een hersenbloeding, Ook komt hij terug op het naaktportret van Maria Emelia als naakte Venus. Het moet een verschrikking voor Gabrielle zijn geweest. Maria was de grote liefde van Urbain. Stefan bekijkt nog een tweetal zelfportretten van zijn opa, die hij minder geschikt vindt, omdat zijn opa blijkbaar niet in staat geweest is zijn eigen karaktertrekken goed in een portret vast te leggen. Het leven van Urbain Martien is een leven tussen “oorlog en terpentijn” geweest. In de laatste passage komt Urbain bij de hemelpoort aan bij Petrus, die hem ook al bij de verkeerde naam noemt.
Recensies
Deels een authentieke oorlogsroman, deels een fijnzinnige ode aan een man van de oude stempel
Stefan Hertmans (1951), schrijver van complexe poëzie en geleerde essays, slaat in zijn proza veelal een persoonlijker toon aan. Karakteristiek is 'Naar Merelbeke' uit 1994, een roman die niet alleen terugvoert naar Hertmans' Vlaamse roots, maar ook laat zien waarin zijn schrijverschap wortelt. Datzelfde geldt voor zijn jongste roman 'Oorlog en terpentijn'.
Hertmans wijdt het boek aan zijn grootvader van moederskant, Urbain Martiens: oorlogsheld en amateurschilder, maar vooral een man van de oude stempel, die nog de waarden, moraal en idealen van de negentiende eeuw hooghoudt. In een haast obsessieve poging om zijn grootvaders leven te reconstrueren leest Hertmans 's mans memoires, reist hij plaatsen af die hij ooit bezocht en praat hij met ooggetuigen.
Je kunt je afvragen waarom Hertmans zoveel belangstelling voor deze man heeft. Ik denk dat hij geraakt is door wat hij vertegenwoordigt: de keurige, behoudende, hiërarchische Welt von Gestern, die eigenlijk nog maar zo kort geleden lijkt. Geheel tegen de tijdstroom van de twintigste eeuw in, bewaart de oude man wat om ons heen grotendeels teloor is gegaan: decorum, distantie, vroomheid, ontzag.
Werd in 'Naar Merelbeke' nog gependeld tussen liefde voor en afkeer van het verleden, in 'Oorlog en terpentijn' heeft Hertmans' liefde voor het verleden de overhand. Brave borst Urbain Martiens dient tijdens de Eerste Wereldoorlog gehoorzaam als soldaat, trouwt met een rustige, ingetogen vrouw, schildert nette, talentloze schilderijtjes, belijdt zijn afkeer van het modernisme en vertoont van tijd tot tijd vleugjes flamingantisme. Hij is, kortom, het prototype van de modale, nette Vlaming uit het begin van de vorige eeuw.
Tegelijkertijd koestert hij zijn eigen kleine geheim, een gestorven geliefde, vereeuwigd op een schilderij dat hij voor zijn vrouw altijd verborgen heeft gehouden. Dit mysterie van het doodgewone interesseert Hertmans en hij beschrijft het fijnzinnig, eigenlijk een beetje in de geest van zijn grootvader, die zijn dagen als volgt doorbrengt: "De rest is stilzwijgen, devotie, bidden voor ontelbare altaren van de Moeder Maagd, bidprentjes, reproducties van zeventiende-eeuwse Venussen, Aphrodites, Salomés, Maja's en Diana's, Madonna's, fijn nagetekende maagdekijns, bosnimfen en rustieke feeën, olieverf, kunst en versterving, schuld en boete, zondebesef en spijt, verdriet en verheffing." Ik geloof niet dat Hertmans een moralist is, maar bijna lijkt het of hij ons, schreeuwerige eenentwintigste-eeuwers, dit bescheiden leven tot voorbeeld stelt.
Intussen laat 'Oorlog en terpentijn' ook zien hoe schrijvers te werk gaan. Het hele tweede deel, zo'n honderd pagina's lang, is gebaseerd op opa's herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog, maar Hertmans heeft het verslag tot fictie getransformeerd, in de trant van Erich Maria Remarque's 'Van het westelijk front geen nieuws': kameraden die naast je aan flarden worden geschoten, bevelen schreeuwende officieren, hoop en defaitisme, de slag om de IJzer, de hele rimram.
Hertmans heeft zich hier bepaald niet ingehouden: "Ik kokhalsde van de stank, moest even wachten tot ik mijn braakneigingen onder controle had, mikte lang op zijn vaag zichtbare gestalte tussen de bladeren en schoot. Ik zag de Duitser achterover slaan, de mitrailleur viel naar beneden. Ik schreeuwde: Vuur! Vuur! Vuur!"
Waarom schrijft Stefan Hertmans zulk proza? Ik denk om te laten zien dat er niets mis is met klassiek oorlogsproza, mits gebaseerd op authentieke gebeurtenissen. Ongemerkt laat zijn sfeervolle eerbetoon aan een uitgestorven generatie ook zien hoe je een middelmatig mens rijp maakt voor de literatuur
Kort voor zijn dood gaf Urbain Martien, de grootvader van Stefan Hertmans, aan zijn kleinzoon twee schriftjes met daarin het verhaal van zijn leven. Met Oorlog en terpentijn heeft Hertmans dertig jaar later een monument opgericht voor de tragiek én de onbenulligheid, de heroïek zowel als de vergeefsheid van dat leven, van die man, heen en weer geslingerd 'tussen de militair die hij noodgedwongen was geweest en de kunstenaar die hij had willen zijn'. Tussen oorlog en terpentijn, inderdaad.
In het centrum van de roman staat de Eerste Wereldoorlog, die Urbain als soldaat meemaakte. De gruwel en de zinloosheid van die jaren hebben zijn verdere leven getekend. Met veel liefde én met de nodige afstand roept Hertmans dat leven voor de lezer op: van een man die schilder wilde zijn maar kopiist bleef, die als oorlogsheld ook vernederde Vlaming was, die passionele liefde moest inruilen voor zorgzame genegenheid. Maar die dat alles deed met 'vanzelfsprekende dienstbaarheid, iets dat hem stempelde tot een held en een verheven sul tegelijk'.
De melancholie die uit de beschrijving van dat leven opklinkt zit ook in de beelden en geluiden, geuren en kleuren waarmee Hertmans een heel tijdperk voor ons oproept, de tijd van de jeugd van Urbain in het Gent van rond 1900: een trage, besloten, arme en bekrompen wereld, waarvan de ouderwetse deugden door de 'Groote Oorlog' brutaal aan flarden werden geschoten.
Het individuele bestaan en de grote geschiedenis spiegelen elkaar in deze roman. En in die dubbele spiegel ziet ook de schrijver Hertmans zichzelf weerkaatst, is hij op zoek naar zijn plaats en naar een manier om als schrijver uit te stijgen boven het kopiëren, om geen verraad te plegen aan de waarheid, maar ook niet aan de artistieke waarachtigheid. Door de precisie van zijn stijl en de elegantie van zijn compositie is hij daar met
verve in geslaagd.
https://www.librisliteratuurprijs.nl/2014/hertmans
Eigen recensie
Oorlog en terpentijn is een boek over de eerste wereldoorlog maar ook over Stefan Hertmans die vertelt over de aantekeningen die zijn grootvader na de oorlog had gemaakt. Het verhaal volgt hoe zijn grootvader, Urbain, De Loopgravenoorlog voerde en hoe dit leidde tot verveling. Ook wordt in het verhaal vertelt van hoe zijn grootvader na de oorlog zijn leven leefde. Dit Verhaal zorgt ervoor dat je het idee krijgt dat iemand die zoveel pech heeft dat het niet waar kan zijn, maar toch is het gebaseerd op de aantekeningen van Urbain zelf en is het dus toch gebeurt. Ook zijn de stukken die vanuit Stefan Hertmans zelf zijn geschreven ook mooi en indrukwekkend om te lezen. De manier waarop hij nog de verhalen een extra boodschap meegeeft vond ik heel mooi.